Richtlijn herstel en beheer (water)bodemkwaliteit

Aardkundige waarden, samenhang met archeologische waarden en monumenten

Aardkundige waarden

Over het algemeen worden aardkundige waarden omschreven als onderdelen van het landschap die iets vertellen over de natuurlijke ontstaanswijze van een gebied. Dit kunnen bijvoorbeeld belangrijke landschapsvormen zijn of variatie in geologie. Zie ook [Aardkundige waarden in Nederland, algemeen]. Onder het begrip vallen geomorfologische, geologische, bodemkundige en geohydrologische verschijnselen, zoals stuifzandgebieden, dekzandruggen, hoogveengebieden en stuwwallen. Deze aardkundige waarden kunnen zichtbaar zijn aan het oppervlak, of afgedekt door sediment in de ondergrond.

Het werken in of op de bodem betreft een integrale afweging van belangen, waarbij ook de aardkundige waarden moeten worden meegenomen. Hieronder is de samenhang van aardkundige waarden in relatie tot archeologie weergegeven.

Archeologische waarden en monumenten

Veel van wat in het huidige landschap is te zien, is door de mens aangelegd of aangeplant. De vroegste getuigen van het ingrijpen van de mens dateren van vele duizenden tot honderden jaren geleden. Het zijn resten van wonen, werken, begraven, religie en defensie: terpen, akkerbouwcomplexen, grafheuvels, kloosterterreinen, ringwalburchten en soortgelijke landschapselementen. Door archeologische onderzoek zijn wij tegenwoordig op de hoogte van het verleden van Nederland.

Een stimulans voor archeologisch onderzoek is het in 1992 door Nederland ondertekende Verdrag van Malta (of: Verdrag van Valletta). In 1998 is het verdrag van Malta goedgekeurd door de Eerste en Tweede Kamer. Op 1 september 2007 is het Verdrag van Malta pas geïmplementeerd in de Wet op de Archeologische Monumenten Zorg (WAMZ). De voornaamste uitgangspunten in deze wet zijn benoemd op de website van het externe linkMinisterie van Landbouw, natuur en voedselkwaliteit.

Het archeologisch onderzoekstraject dat leidt tot het definitief vaststellen van een archeologische waarde, bestaat uit bureauonderzoek gevolgd door een inventariserend veldonderzoek. Het inventariserend veldonderzoek kent drie fasen: verkennende, karterende en waarderende fase. De verkennende fase wordt uitgevoerd door middel van het plaatsen van boringen. De karterende en waarderende fase vinden plaats door middel van boringen of het graven van proefsleuven.

De resultaten van uitgevoerd archeologisch onderzoek worden opgenomen in een digitale database, genaamd ARCHIS. Hierin zijn naast onderzoeksresultaten ook een kaartlaag van de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW) en een kaartlaag van de Archeologische Monumenten Kaart (AMK) opgenomen.

De IKAW is een archeologische verwachtingskaart voor gebieden buiten de bebouwde kom. Hierop is de kans op het aantreffen van archeologische waarden aangegeven. De kaart is een verwachtingskaart, gebaseerd op de landschappelijke situering. Deze berust dus niet op archeologische waarnemingen.

Daarentegen zijn de AMK en de vastgestelde monumenten op de AMK gebaseerd op archeologische waarnemingen die in het verleden zijn gedaan. Er bestaan twee soorten archeologische monumenten, ‘beschermde monumenten’ en ‘monumenten’. Het Rijk verzorgt de bewaking over de beschermde archeologische (rijks)monumenten. Zie externe linkhttp://www.cultureelerfgoed.nl/ . Het rijk streeft er naar deze rijksmonumenten in te passen in plangebieden door ze vrij van bebouwing te laten en ze anders in te richten, bijvoorbeeld in de vorm van een park. De overige archeologische monumenten kunnen door provincies worden aangewezen als attentiegebied. Dit kunnen bijvoorbeeld terreinen zijn waarvan de archeologische waarde al duidelijk is geworden aan de hand van eerder gedaan archeologisch onderzoek. Officieel zijn deze terreinen met een archeologische monumentenstatus niet beschermd, maar dat wil slechts zeggen dat er geen monumentenvergunning vereist is. Door deze gebieden echter als attentiegebied aan te wijzen, kan er beleid voor worden opgesteld in de (provinciale) structuurvisie en/of omgevingsplannen. De gemeenten kunnen deze gebieden opnemen in hun bestemmingsplannen.

Samenhang aardkundige waarden en archeologische waarden

De wetgeving ter bescherming van het archeologische erfgoed is sinds 1 september 2007 geregeld. De ruimtelijke ontwikkeling kan niet plaatsvinden voordat in de ontwikkelingsplannen is vastgelegd dat de archeologische waarden ter plaatse onverstoord bewaard blijven, of voordat met archeologisch onderzoek is aangetoond dat de kans op aanwezigheid van archeologische waarden laag is. Deze wetgeving voor archeologische waarden resulteert in zowel bedreigingen als kansen op behoud van aardkundige waarden, omdat met uitzondering van enkele provincies beleid en wetgeving voor aardkundige waarden op dit moment nog ontbreekt.

Beleid
Voor meer informatie over beleid in de verschillende provincies, zie [Aardkundige waarden, beleid provincie Groningen], [Aardkundige waarden, beleid provincie Friesland], [Aardkundige waarden, beleid provincie Drenthe], [Aardkundige waarden, beleid provincie Overijssel], [Aardkundige waarden, beleid provincie Gelderland], [Aardkundige waarden, beleid provincie Utrecht], [Aardkundige waarden, beleid provincie Flevoland], [Aardkundige waarden, beleid provincie Noord-Holland], [Aardkundige waarden, beleid provincie Zuid-Holland], [Aardkundige waarden, beleid provincie Zeeland], [Aardkundige waarden, beleid provincie Noord-Brabant] en [Aardkundige waarden, beleid provincie Limburg]. Op elk van deze webpagina’s is in de eerste alinea een link opgenomen naar de aardkundige waarden in de desbetreffende provincie.

Bedreigingen
Indien door archeologisch onderzoek wordt aangetoond dat een gebied een lage kans heeft op de aanwezigheid van archeologische waarden, wordt het gebied vrijgegeven voor de ruimtelijke ontwikkeling. Dit is met name in de relatief lage en natte delen van het landschap. In datzelfde gebied kunnen echter wel aardkundige waarden aanwezig zijn. Doordat wetgeving omtrent bescherming en behoud van aardkundige waarden op dit moment ontbreekt, bestaat de kans dat aardkundige waarden in gebieden met een lage archeologische verwachting (op basis van onderzoek) kunnen worden verstoord of vernietigd.

Kansen
Indien vastgestelde archeologische (beschermde) monumenten zich bevinden op aardkundige waarden, wordt het gedeelte van de aardkundige waarde ter plaatse van het monument automatisch beschermd. In veel gevallen worden graafwerkzaamheden in de gebieden rondom het monument echter niet verboden. Het behoud van de aardkundige waarde wordt hiermee dus niet volledig gewaarborgd.

Steeds meer ontstaat het besef dat het gehele landschap gevormd is door de bewoners. De overblijfselen van onze voorouders kunnen niet los gezien worden van het omringende landschap. Een archeologisch monument is daarom een niet op zich zelf staand element. Zo hebben zich nabij een oude woonkern akkers en grafvelden bevonden. Ook de wegen tussen de dorpen kunnen archeologisch waardevol zijn. In plaats van zeer locatiegericht te denken, wordt steeds meer gekeken in landschapselementen. In een dergelijk kader zou het landschap rondom een archeologisch monument ook moeten worden beheerd. externe linkLandschapsbeheer Nederland houdt zich bezig met beheer van landschapselementen, agrarisch natuurbeheer, weidevogelbescherming, aardkunde en cultuurhistorie. Zie ook [Aardkundige waarden in relatie tot Landschapsbeheer Nederland]. Wetgeving omtrent het landschapsgericht denken is er nog niet. Een dergelijke ontwikkeling in de archeologische wetgeving resulteert in een sterk verhoogde kans op behoud van aardkundige waarden.