Richtlijn herstel en beheer (water)bodemkwaliteit

In situ sanering, vooronderzoek van een verontreinigde locatie

Een bodemonderzoek uitgevoerd volgens het protocol voor het Nader Onderzoek is met name gericht op het vaststellen van de omvang en het spoedeisende karakter van sanerende maatregelen. Daardoor is een dergelijk onderzoek vooral probleemdefini√ęrend van karakter. Het is over het algemeen onvoldoende om als basis voor een in situ sanering te kunnen dienen. Hiertoe zijn gegevens noodzakelijk zoals de bodemsamenstelling en het heersende bodemmilieu.

Het is dan ook noodzakelijk om een saneringsgericht, probleemoplossend onderzoek uit te voeren, gericht op de te realiseren processen in de bodem ten behoeve van een mogelijke in situ aanpak .

De kans van slagen van in situ reiniging is in sterke mate afhankelijk van de homogeniteit van de bodem (met name de doorlatendheid) en de manier waarop de verontreiniging in de bodem aanwezig is. De meeste bodems zijn heterogeen, waardoor de doorlatendheid van plaats tot plaats sterk verschilt en waardoor voorkeursstromingen ontstaan. Bij het inbrengen van componenten die biologische of chemische omzettingen moeten realiseren of bevorderen wordt als gevolg daarvan niet de gehele bodem doorstroomd. Daarnaast kunnen binnen een locatie grote ruimtelijke variaties in bodemtype voorkomen, waardoor grote verschillen in de sorptie-eigenschappen van de bodem kunnen optreden. Dit heeft tot gevolg dat binnen een locatie sterk wisselende reinigingsresultaten worden bereikt. Verder kan bij een niet-homogene verdeling van de verontreiniging plaatselijk een zeer hoge concentratie aanwezig zijn. Deze kernen van verontreiniging kunnen lange tijd voor nalevering zorgen, terwijl grote delen van de bodem al zijn gereinigd.

Ten behoeve van de beoordeling van biologische of chemische in situ technieken is kennis benodigd van de macrochemie, humus percentages, redoxcondities en aanwezige biologische aktiviteit.

Een goed inzicht in de bodemopbouw, bodemchemie en de beschikbaarheid van gedetailleerde gegevens hoe de verontreiniging in de bodem verspreid is is dus van groot belang om:

  • een goede inschatting te kunnen maken van de te verwachten eindconcentraties en de tijdsduur van de in situ reiniging;
  • bij de dimensionering van de installatie en tijdens de procesvoering rekening te kunnen houden met de heterogeniteit van de bodem en de aanwezigheid van kernen van verontreinigingen, waardoor een effectievere reiniging mogelijk wordt;
  • de monitoring van het reinigingsproces effectiever te kunnen uitvoeren.