Richtlijn herstel en beheer (water)bodemkwaliteit

Eigenschappen asfalt(beton), teerhoudend asfalt en asfaltgranulaat

De eigenschappen van een asfaltmengsel worden bepaald door de grondstoffen waaruit het mengsel is samengesteld. Deze grondstoffen kunnen in twee hoofdgroepen worden ingedeeld:

  • Materialen die bijdragen aan de minerale stapeling (steenslag, grind, fosforslak en zand), wat kan leiden tot steenskelet – of zandskelet mengsels.
  • Materialen die de holle ruimten vullen en de minerale stapeling binden (mortel: bitumen plus vulstof of mastiek: bitumen plus vulstof plus zand).

De eigenschappen en gedrag van asfalt zijn sterk afhankelijk van het asfaltmengsel en/of de asfaltsoort, het asfalttype en de specifieke toepassing in wegverhardingen (bijvoorbeeld als onderlaag, tussenlaag of deklaag) dan wel in gebonden bekledingsconstructies bij kust- en oeverwerken.

Leverancier

Asfaltcentrales

Leveringsvorm

Asfalt

Breekasfalt

Breekasfalt komt vrij in de wegenbouw en waterbouw. Asfaltpuin komt vrij in grote brokken en schollen. Er treedt daarbij geen scheiding op in lagen. Na behandeling in een puinbreker wordt dit materiaal breekasfaltgranulaat genoemd. Breekasfalt kan zowel grind als steenslag bevatten. Incidenteel kunnen in breekasfalt ook slakken voorkomen. Asfaltgranulaat met grind en eventueel met fosforslak mag niet in alle mengsels worden toegepast. Steenslaghoudend asfaltgranulaat mag wel in alle asfaltmengsels worden gebruikt.

Een deel van breekasfalt bestaat uit freesasfalt dat, bijvoorbeeld door verkitting, opnieuw gebroken moet worden.

Freesasfalt

Het voordeel van frezen van asfalt ten opzichte van opbreken is de mogelijkheid om verschillende soorten of lagen asfalt selectief te verwijderen. Op deze wijze kunnen bijvoorbeeld steenslag bevattende lagen gescheiden worden gehouden van grind bevattende lagen, maar ook lagen met teerhoudend asfalt worden gescheiden van niet teerhoudend asfalt. Dit leidt in veel gevallen tot homogenere partijen freesasfaltgranulaat. Hierdoor wordt de kwaliteit van het asfaltgranulaat verhoogd, wat van invloed kan zijn op de verdere verwerking. Overigens kunnen ook lagen tot een dikte van circa 0,3 m in een freesgang verwijderd worden. De kwaliteit van het asfaltgranulaat zal in dat geval veelal vergelijkbaar zijn met breekasfalt.

Een groot probleem vormt de mogelijke aanwezigheid van teer in de asfaltconstructie. Doordat vroeger ook gebruik gemaakt is van teer als bindmiddel voor oppervlakbehandeling en meer incidenteel in penetratielagen en teerbeton, kan het asfalt een sterk verhoogd PAK-gehalte bevatten.

Materiaaleigenschappen

Zie ook de materiaaleigenschappen in tabelvorm:

Mogelijke verontreinigingen

De volgende verontreinigingen kunnen voorkomen in asfaltbeton en -granulaat:

  • aanhangend zand en grond met mogelijke macroverontreinigingen;
  • incidentele verontreinigingen van wegoppervlak (zeer divers) als gevolg van calamiteiten;
  • asfaltbeton op basis van teer (puur teer bevat 100.000-400.000 mg/kg PAK. In de praktijk ligt het PAK-gehalte in het vrijkomende teerhoudend asfaltgranulaat vaak tussen 1.000 en 3.000 mg/kg. Al het materiaal dat vrijkomt met een PAK-gehalte (PAK10 VROM) dat hoger is dan 75 mg/kg wordt als teerhoudend materiaal beschouwd en is volgens het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) niet toepasbaar of herbruikbaar);
  • de huidige of oorspronkelijke toplaag van het wegdek kan eveneens een hoge concentratie aan PAK bevatten door oppervlakbehandeling met teer;
  • asfaltbeton op basis van bitumen (bitumen bevat circa 10 mg/kg PAK en een geringe hoeveelheid zware metalen); asfaltbeton bestaat voor gemiddeld circa 5% uit bindmiddelen (het bitumenasfalt bevat in dat geval 0,5-2,5 mg/kg PAK, wat in vergelijking met teerhoudend asfalt verwaarloosbaar klein is);
  • voegvullingen, verfrestanten en/of resten van thermoplastisch markeringsmateriaal (geringe hoeveelheden van deze materialen hebben geen invloed op de hergebruikmogelijkheden).

Verontreinigingen door het wegverkeer (PAK, olie, zware metalen; de hoeveelheden zware metalen vormen overigens geen milieuhygiënische belemmering voor hergebruik.

Verwijderen van teerhoudende lagen

Oude verhardingen met teer als bindmiddel:

  • Zo selectief mogelijk de eventueel bovenliggende niet-teerhoudende lagen door middel van frezen scheiden van de teerhoudende lagen. Het vrijkomende schone freesasfalt kan worden verwerkt als freesasfaltgranulaat. Het teerhoudende materiaal kan vervolgens worden weggebroken. Omdat er diffusie van PAK kan zijn opgetreden is een goede inventarisatie vooraf noodzakelijk. Wanneer scheiden niet mogelijk is, wordt de gehele weg gebroken en het materiaal separaat bewerkt.

Verhardingen met een oppervlakbehandeling van teerhoudend materiaal:

  • Zo mogelijk de teerhoudende oppervlakbehandeling scheiden van de overige lagen en beide materiaalstromen gescheiden bewerken of ter bewerking gescheiden afvoeren naar een verwerkingsinstallatie met de benodigde vergunningen.

Verwerking van teerkalkstabilisatie

Voor de verwerking van teerkalkstabilisatie bestaat er alleen de optie waarbij de stabilisatielaag intact wordt gelaten. Dit kan wanneer er geen correcties aan het bestaande tracé noodzakelijk zijn en alleen de (niet-teerhoudende) asfaltlaag vervangen dient te worden; Mogelijkheden om teerhoudende producten weg te breken en ter plaatse weer in te zetten zijn niet langer toegestaan.

Exportregels

Door jurisprudentie is het mogelijk geworden om teerhoudendasfaltgranulaat te exporteren naar België en Duitsland ten behoeve van hergebruik van met cement geïmmobiliseerd TAG. Voor export is met name de eis van maximaal 50 ppm BaP van belang. Kan hieraan voldaan worden, is export toegestaan.

Gezondheid en Arbeidsomstandigheden

Met name PAK’s in (teerhoudend) asfalt vormen een gezondheidsrisico. Voorafgaand aan de werkzaamheden dient eerst de aanwezigheid van PAK’s onderzocht te worden. Een aantal van de PAK’s is kankerverwekkend. Door blootstelling aan PAK in dampen en vrijkomende stofdeeltjes kunnen tijdens werkzaamheden met teerhoudend asfalt, schadelijke gezondheidseffecten optreden. De blootstelling kan plaatsvinden in de vorm van inhalatie, huidopname en opname via de mond. De effecten lopen uiteen van irritatie aan de huid en ogen tot long-, blaas- en huidkanker. In het externe linkArbobesluit staan regels voor het werken met kankerverwekkende stoffen. Deze gelden ook voor werkzaamheden met teerhoudend asfalt. Er zijn maatregelen noodzakelijk die huidblootstelling en blootstelling via inademing zo veel mogelijk voorkomen. De "CAO voor het Bouwbedrijf" verbiedt het gebruik van teerhoudende producten in de bouw (artikel 48.7).

Daarnaast vormt het kwartsstof dat vrijkomt bij het bewerken van asfalt (o.a. frezen) een bijkomend arbeidshygiënisch risico.

Milieu

Milieuhygiënisch gezien bestaan de risico’s uit verspreiding van schadelijke bestanddelen door uitloging naar bodem en grondwater. In het [Landelijk afvalbeheerplan] (LAP3) staat dat vermenging van TAG met niet teerhoudend afval voorkomen moet worden. Teerhoudend asfalt moet worden afgevoerd naar thermische reinigingsinstallatie. Dit is de minimumstandaard binnen het LAP3.

Verontreinigde grond in de wegberm

Uit onderzoek naar de samenstelling van vrijgekomen bermgrond is gebleken dat het bodemmateriaal dat zich direct naast of op de oude teerkalkfundering bevindt, ook verontreinigd kan zijn met PAK.

Deze verontreiniging kan worden veroorzaakt door het afschrapen van stukjes teerkalk door de bak van de graafmachine tijdens het ontgraven van de wegberm. Ook kan de grond verontreinigd zijn geraakt door slijtage van de teerhoudende dek-/slijtlaag. Bij het verwijderen van teerhoudende verhardingen dienen dan ook geen resten in de berm en/of in het cunet achter te blijven.

Gezien de aard van de verontreiniging is direct hergebruik van de grond niet mogelijk. Met de grond moet op milieuhygiënisch verantwoorde wijze worden omgesprongen (thermische reiniging).